Hekman gretig aan vooravond olympische seizoen

Gepost op 05 oktober 2017
Hekman gretig aan vooravond olympische seizoen

„Waar het de komende winter voor mij om draait? De Olympische Spelen. Het is het hoogst haalbare. Vorig jaar is de knop omgegaan, toen ik aan de wereldkampioenschappen mocht meedoen. Dit is zo’n kans, die laat ik niet lopen”, zegt Gary Hekman van AB Vakwerk Schaatsteam.

„Plaatsen daarvoor wordt alleen al moeilijk. Het hangt namelijk niet alleen van mijn eigen prestaties af, maar ook van de matrix voor plaatsing. Er zijn 16 afstanden en 10 plekken voor rijders. Je moet geluk hebben dat Sven Kramer, Jorrit Bergsma, Kjeld Nuis en dat soort mannen, zich plaatsen voor meer dan één afstand. Dan komt er ruimte voor iemand speciaal voor de mass-start.”


„Ik heb met bondscoach Geert Kuiper gesproken. Ik weet wat ik moet doen, zorgen dat ik de nummer één mass-start rijder van Nederland ben. Voor de rest ben ik afhankelijk. Ja, het is een onzekere aanloop. Maar het is zo’n kans! Vorig jaar heb ik het WK gereden, dus ik weet dat het mogelijk is. Toen is ook de knop omgegaan. In het begin van vorig seizoen ging ik voor de plaatsingswedstrijd voor de World Cups eerst drie uur fietsen. Werd ik nipt tweede. Achteraf niet handig. Ik had me toen al kunnen plaatsen en ervaring op kunnen doen.”


„Als je je in Nederland kunt plaatsen, betekent het automatisch dat je bij de beste van de wereld hoort. En zo voel ik het ook. Vorig jaar op het WK wist ik dat ik kampioen kon worden. Alleen van de Koreaan Lee denk ik dat het fifty-fifty zal zijn in een eindsprint. Anderen heb ik verslagen. Die WK-wedstrijd ging helemaal mis, maar ik won wel heel makkelijk de pelotonsprint in een rondje 23,5. Kijk, dat is het, je moet een rondje 23 kunnen rijden.”


„Dat is heel wat anders dan we in een marathon na 125 ronden op uitgetrapt ijs doen. Dan rijd je met een snelheid waarvan je weet dat je er vol mee door de bocht kunt. Maar bij een rondje 23 zijn de krachten heel anders. Je rijdt dik boven de zestig. Dan ga je met een zootje g-krachten de bocht in. Je probeert jezelf klein te maken. De eerste keer dat ik met die snelheid op de bocht afkwam, zag ik er wel wat tegenop. Maar ik snij hem iets anders aan, raak de binnenkant niet helemaal en in de eindsprint op het WK in Korea had ik er helemaal geen moeite mee.”


Hoe voorkom je het WK scenario, waarbij zowel jij als Bergsma de slag misten, iedereen boos van het ijs stapte en niet-favoriet Joey Mantia kampioen kon worden?

„Het hele probleem met de mass-start is het ploegenspel en de ploegenbelangen. Het is een teamsport, maar je moet ineens samenwerken met iemand waar je het hele jaar tégen rijdt. Het WK vorig jaar liep natuurlijk helemaal mis, na twee ronden reed een groep weg waar we allebei niet in zaten. Kijk, ik was de snelste sprinter. Lee had zich afgemeld, ik had vertrouwen dat ik wereldkampioen kon worden. Een sprinter hoeft niet aan te vallen. Achteraf gaf Kuiper ook toe dat hij meer op een sprint had moeten sturen. En als ik dan zie dat Jillert Anema zich met de tactiek bemoeit, ja, dan word ik boos.”


„Maar ik heb ook de beelden teruggekeken en ja, ik had vrij makkelijk mee kunnen springen om daarmee de vlucht te neutraliseren. Dan had daarna Jorrit Bergsma weer kunnen aanvallen. Waar je vanuit moet gaan, is dat iedereen kansen krijgt. De aanvaller kan aanvallen en als het niet lukt, kan hij zich opofferen voor de sprinter. Jorrit en ik zijn concurrenten in de marathon, maar ik denk dat we prima samen op de Olympische Spelen zouden kunnen rijden. Ik heb met hem nog nooit problemen gehad.” „Ik denk dat we toen onderschat hebben dat iedereen naar ons keek als het te kloppen team. Iedereen hield de benen stil. Dat wordt voor mijzelf ook de uitdaging: ik anticipeer graag, kijk wat anderen doen en reageer. Maar in de mass-start heeft nog nooit iemand twee keer achter elkaar gewonnen. Je kunt je koers niet afstemmen op iemand anders. Ik moet het bij mezelf zoeken.” „De nummer één mass-start rijder van Nederland worden, daarvoor zal ik moeten afrekenen met Arjan Stroetinga, Evert Hoolwerf, Gerben Jorritsma, Koen Verweij en Jan Blokhuijsen. Dat wordt de grote strijd de komende maanden, ook tussen teams. Maar ik wil mijn benen laten spreken en niet meedoen aan spelletjes. 27 oktober is een belangrijke datum, de plaatsingswedstrijd voor de World Cups. Ik wil een eerlijke strijd, een eerlijke sprint, geen rare dingen.”


„Met trainer Jurre Trouw zijn we een andere weg ingeslagen. We trainen meer gefocust, pakken andere trainingsprikkels. Iets meer langebaangericht. Vorig jaar was het rondjes raggen. Op het zomerijs moesten we vaak trage rondjes 35 rijden. Op techniek. En korte prikkels, korte explosies. Als er vorig jaar rondjes 35 op het programma stonden, dan gooiden we het schema weg en gingen we 29’ers rijden. Nu moeten we wel luisteren. Dit was een keuze die we samen hebben gemaakt. Het is moeilijk om het uit handen te geven. Afgelopen jaren heb ik veel zelf gedaan. En als je gedreven bent, doe je gauw te veel.”